(Over)leven in het tuinhuis 14 en slot

Warm stromend water

Na maanden douchen bij Wilke op school (foto) eindelijk weer ’s een badkamer in de buurt

Soms is er redding.
Het moment dat we het huis dat we nu huren konden betrekken, kwam samen met het begin van de bomenmoord rondom het tuinencomplex. Twee maanden lang zal het vreselijke geluid te horen zijn van elektrische zagen, machines en bomen die na de executie dood neervallen. Het bos huilt. En als ik makkelijk zou kunnen huilen, deed ik mee.

‘Wat vreselijk dat ze dit allemaal ten gronde richten,’ gromde ik. Dat vond Wilke ook. Maar hij had goed nieuws zei hij en vertelde van het heuse huis dat ons zou verwelkomen als we dat wilden.
Ik aarzelde. Weer slepen met spullen? Nee toch! De tuin alleen laten? Maar al snel was ik om. Die massale bomenkap had mij het laatste zetje gegeven.
Toen we twee dagen lang hadden meegemaakt hoe het ook alweer was om een wc in de buurt te hebben en een badkamer en warm stromend water, werd het opvallend ontspannen. Vooral tussen Wilke en mij. De vijf weken vakantie waarin nog van alles gedaan en geregeld moest worden plus het verblijf in een kleine ruimte, hadden toch een beetje in het huwelijkse geluk gehakt. Zouden we maar gaan scheiden? En zie, twee dagen samenleven in een normaal huis later zaten we weer als tortelduiven op de bank. ‘Darling, zet jij even de vaat in de afwasser? Dan neem ik ondertussen een douche.’

Alleen het gebruik van de schoolwasserette gaat tot op heden door maar daar komt nog deze week verandering in. Dan is mijn geluk compleet.
En zo kom ik er achter dat ik wel in primitieve omstandigheden kan leven, maar dat ik een vrouw ben voor comfort en ruimte. Wilke ook trouwens. Om over Ruby maar te zwijgen. Die schattige tiny houses? Leuk als je jong, verliefd of alleenstaand bent of voor een vakantie.

Het is wel een beetje zielig voor het tuinhuis en de tuin. Een mens zorgt voor bezieling. Niet dat het nu zielloos is, maar dat we het als woonplek hebben verlaten is duidelijk te voelen.

Toen het tuinhuis nog een dagelijkse bezieling kende…

‘Hoe heb je dit alles ervaren?’ vroeg iemand mij.
‘Wel, het was een ervaring.’
‘Was het een mooie ervaring? Een leerzame ervaring? Een bijzondere ervaring?’
Ik dacht een tijdje na.
‘Van alles wat.’
Daar moest hij het mee doen.

Misschien verwoordde een van de medetuiniers, Frederique, het wel het beste. Daarom citeer ik haar hier:

Lieve Emmy, wat een enig verslag. Ik heb er van genoten. Vooral ook omdat ik er af en toe getuige van ben geweest. Het lijkt me al met al toch een hele goede ervaring voor jullie. Van een (bekende en betrouwbare) arts vernam ik onlangs dat het heel gezond is om flexibel te zijn. Ook stress is, met mate, nodig voor ons welzijn. Het is heel goed voor onze geestelijke gezondheid. Dementie blijft achterwege. Wie weet kunnen jullie later, als hele vitale en alerte 100-jarigen, nog  van het leven genieten. Misschien hebben jullie dat voor een deel te danken aan het jaar 2016 en aan de gezonde onbespoten groenten en fruit van jullie volkstuin. Het verblijf daar levert jullie in de toekomst waarschijnlijk nog veel levensgeluk en plezier op. Op dit moment echter is het vooral een mooie geschiedenis en schreef jij er een uniek en boeiend verhaal over.’

Frederique en Rob aan het doppen van de tuinbonen

Het eenzame tuinhuis (misschien een nieuw verhaal?)

(Over)leven in het tuinhuis 13

Zal best wel

‘Jouw reis begint bij GOD’, las ik op het billboard naast de rijbaan waar we met de auto voor het stoplicht stonden. Toen het sein op groen ging, bleek dat het hier over de Gemeentelijke Gezondheid Dienst gaat en dat mijn reis dus blijkbaar bij de GGD begint.

Het gekozen lettertype van de GGD-advertentie zaait verwarring. Het kan ook zijn dat het iets over mij zegt. Want we reizen wat af de laatste maanden. Weliswaar korte ritten maar het heen en weer krijg je er wel van. Vermoedelijk met God aan onze zijde, ondanks dat ik zijn naam op moeilijke momenten wel eens op zijn plat Rotterdams creatief dreig te verbuigen.

Dat ons thuis thans het tuinhuis is, mag je ondertussen een publiek geheim noemen. Ons tweede thuis is de school ‘van’ Wilke, ook dat is bekend in bredere kring. Nog niet zo bekend is dat daar sinds kort een derde mogelijkheid bij is gekomen in de vorm van een sober ingerichte eengezinswoning, een half uur reizen vanaf het tuinencomplex.

Het thuisgevoel

Geconditioneerd als ik ben sinds de verhuizing (bezit verplaatsen!) schrok ik van dit aanbod. Dit lijkt ondankbaar, maar ik ben dankbaar. Het afzien combineren met minder afzien is een welkome afwisseling.
Vanmorgen pakten we spullen in voor het korte verblijf op school en het iets langere verblijf op ‘ons’ derde adres (morgen weer terug). In de zwerverstassen ging de boel al snel door elkaar lopen:
‘Waar heb jij dat gelaten? Oooo, dat moest in de groene tas! De zwarte tas is voor school!’
En er zijn van die spullen, die sleep je gewoon altijd met je mee, zoals de laptop waar ik nu riant aan zit te werken omdat wifi op school vrij voor handen is.

Ik weet dat het niet de eerste keer is dat ik over het slepen met bezit schrijf. Psychologisch gezien wil dit zeggen dat het voor ons het zwaarst weegt, fysiek en mentaal. Toch heeft het ook andere kanten: ons organisatietalent en ons vermogen tot flexibiliteit bereiken grote hoogtes.
Ik moet hierbij opmerken dat het om tijdelijke verblijfplaatsen gaat. We hebben nu geen echt thuis, zoals mensen met een huis plus een vakantiehuis. Dit is een significant verschil. Het ritme is uit ons bestaan. Dit maakt flexibel, maar ook onrustig. Het kan makkelijk zijn, maar ook moeilijk. In deze tijd waarin goedbedoelde maar uitgekauwde bevelen als ‘loslaten!’, ‘go with the flow!’ en ‘geniet ervan!’ ons om de oren vliegen, zeggen wij dan graag: we houden het hier even vast, we gooien daar een anker uit en we gaan over het geheel genomen effe flink de tering in hebben. Daarna kunnen we er weer tegen.

Schrijven, publiceren op weblog, reacties op Facebook krijgen en de accu leeg zien stromen

Ach, het zijn de kleine dingen die ’t ‘m doen: je bezig houden met de basis van het leven, niet met hoogdravende materie. Korte reisjes met zwerverstassen in eigen land in plaats van sjouwen met koffers en afzien in verre landen waar je de GGD bij nodig hebt. Als we ons leventje van nu vrolijk en luchtig leren beheersen, reist God misschien vanzelf met ons mee. Een vloekje van mij door de vingers ziend.