De grote verlossing

De grote verlossing
Toscane, Bomarzo oktober 2009. 16e Eeuws beeldenpark uit de Renaissance. Ik bij de sirene, de zeemeermin met de twee staarten. Een archetypische verbeelding van de oude aardegodin.

Woensdag ga ik ‘onder het mes’. Klinkt niet zo gezellig maar het dekt wel de lading.
Ooit heb ik gezworen dat ik nooit op de OK terecht zou komen. Dat hoorde gewoon niet bij mijn leven, dacht ik want ik had mijn portie toch al dubbel en dwars gehad.
Mooi niet. Ik krijg het als een soort toegift op een lange reeks worstelingen en tegenslagen.
Tja, en als het dan toch moet gebeuren, moet je niet lullig doen. Niet een poliklinisch dingetje, nee gelijk een forse snede, met drie tot vijf logeerdagen in het ziekenhuis.
Daarom heb ik zo lang gewacht.

Dat laatste is niet waar. Er is op mijn linker-eierstok (laat ik maar precies zijn) een mega-grote cyste gegroeid, een van 35 bij 27 cm, schatting zo’n 7 kilo. Ga er maar aanstaan.
De grootte, dat fluctueerde in de loop der jaren, zeg maar vanaf mijn veertigste. Klein, groter, weer kleiner et cetera. Dus ik deed mijn alternatieve genezingsdingen en vertrouwde op wederom het slinkende karakter van deze kwal, want zo moet je je dat voorstellen en zo voelt het ook, zo’n jelly kwal in je lijf.
Daar kleeft dus een gevaar aan, aan dat lange wachten. Kwam nog bij dat we de afgelopen twee jaar werden geconfronteerd met allerlei schrikwekkende maatregelen en voor wie daar niet aan meedeed (ik dus) een strengere aanpak.  Zoals de vrouw van het planbureau van het ziekenhuis, die gisteren op de valreep belde en -bijna triomfantelijk- zei: ‘U bent niet gevaccineerd. Als u zich maandag niet laat testen, gaat de operatie niet door. Als u positief test, ook niet.’
En daarom vermeed ik extra nadrukkelijk alles wat met de medische wereld te maken heeft.

En zo is het gekomen. Die ‘laatste loodjes’ zoals ze bij een zwangerschap genoemd worden, daar deal ik al vele maanden mee. Maar er komt geen kindje, goddank. Aan de andere kant, baren moet je wel zelf doen, maar ze hoeven niet in je te snijden. Hoe dan ook, ik moet eraan geloven. Sterker nog: ik zie de twee chirurgen die mij zijn toevertrouwd nu als mijn grote verlossers. Ik vind het waanzinnig eng, maar ik kijk er ook naar uit.
Wat ik allemaal weer zal kunnen doen wat nu niet meer gaat of wat heel veel moeite kost. De energie die minder en minder werd en na de herstelperiode weer zal toenemen. En wat denk je van de keuze in kleding. Dat hangt daar allemaal lange tijd depressief door verwaarlozing in de kast.

Wie mij kent weet: daar gaat ze nog over schrijven. Met een vleug humor, uiteraard. Net zoals ik dat in 2016 deed met ‘Overleven in het tuinhuis’.
Eerst dit maar ’s overleven.

Hemmen, 15 mei 2022