(Overleven) in het tuinhuis 4

Alweer leeg!

‘Water halen is mannenwerk,’ zeg ik tegen Wilke.
En die vrouwen dan met die kruiken op hun hoofd? Zoiets denk ik er dan zelf weer achteraan.
Maar een kruik is iets anders dan een jerrycan. Jerrycans, dat is mannenwerk. Daar blijf ik bij. Twee keer 15 liter sjouwen, ja daag.
Toch doe ik het wel hoor, als hij er niet is. En dan 1 keer 15 liter.

Alweer leeg!

In het verenigingsgebouw hangt een slang aan de kraan, ik hoef ‘m niet het aanrecht op te tillen. Daarna op de bagagedrager van de fiets, hand erop en lopend terug. Kramp in arm en heupen krijgen door schuine loop. Ik zei het al: het is eigenlijk mannenwerk. Die houden ‘m gewoon vast terwijl ze fietsen, fluitend. ‘Sinds we hier permanent zijn, heb ik al ruim 2000 liter water gesjouwd,’ zegt Wilke, die vindt dat dit niet mag ontbreken in deze tekst.

Over het gebruik van water dacht ik vooral na als ik er iets over las. Dat gaat maar door, de hele dag: water uit de kraan, water uit de douchekop, water door de wc-pot.

In het tuinhuis hebben we geen stromend (warm) water. Toen we in de zomer van 2008 deze tuin begonnen en er een tuinhuis op bouwde (bouwpakket), kwam er al snel een keukenblok waar Wilke opgewekt twee jerrycans in het aanrechtkastje plaatste. Trots toonde hij mij hoe hij de situatie uit onze Kip Kompakt caravan had nagebootst: een kraan bedienen met behulp van een pompsysteem. Met dit verschil dat er hier pas water uit de kraan komt als ik op een knop druk die aan de vloer vastzit, onder het aanrecht. Voetbediening. Want ‘Het lukte niet,’ zei Wilke. Toch geniaal dat hij hier op kwam.
Ik denk dat ik straks in het appartement nog lang voetbewegingen zal maken als ik water wil tappen en tevergeefs wacht op actie uit de kraan. Dat krijg je er niet zo snel uit. Ik doe het nu al bij anderen.

Dertig liter watervoorraad, waarbij het laatste restje niet omhoog te pompen valt, is verdomd snel op. Het is dan ook een les in zuinig zijn. Als wij al niet duurzaam in gedrag waren, worden we dat nu wel.

Dan is er nog de wilgentenen houder met zes flessen water. Dat is ons drinkwater en water om in te koken. Het vullen van de flessen hoort dus bij het waterverhaal. Terwijl ik dit schrijf kom ik erachter dat er niet zo veel lol in te brengen valt als je schrijft over je dagelijkse waterverbruik. Misschien kan ik deze saaie materie opleuken door het te hebben over water koken. Buiten het thee en koffie zetten met het drinkwater, gaat de fluitketel op de gaspit voordat we de afwas doen. En als we onszelf wassen, beetje koud en warm in de lampetkan (weet iedereen nog wat dat is? Ik heb het zelf niet eens meegemaakt). Ook kook ik water als ik iets ga schoonmaken. De ketel staat hier dus vaak op het vuur.

En het afvoeren? Alles verdwijnt via een buis die leidt naar de grond, in de buurt van de sloot. In huize tuinhuis worden alleen volledig afbreekbare middelen gebruikt.
De kikkers varen er wel bij. Volgens mij zijn ze al aan hun derde paar-rondes bezig.

En o ja, nu we het toch over de sloot hebben: de planten in de tuin krijgen slootwater. En we hebben een regenton, dat ook nog.

Soms weigert het pompje…….

(Over)leven in het tuinhuis 3

Een oefening in bij de tijd blijven

In de tijd waarin wij leven hebben wij nooit tijd. Altijd dat gevoel alsof de duivel je op de hielen zit. Ik deed eens een inspiratieweek. Daar leerden we dat als je met je volle bewustzijn bij het moment blijft, je genoeg tijd hebt voor alles. Het haastige gevoel verdwijnt. Bovendien draai je je hand niet meer om voor karweitjes die je voorheen bestempelde als ‘vervelend’. Met een beetje geluk kijk je zelfs uit naar de closetpot boenen of het doucheputje haarvrij maken. Ik moet er wel bij vertellen dat dit voor het tijdperk van ‘social media’ was en we nog niet gefragmenteerd bezig waren heel de dag.

Het verblijf op deze plek is een geweldig mooie oefening in ‘bij de tijd blijven’. Alles kost echt veel meer tijd als je je druk maakt over tijdgebrek. In een tuinhuis is het eind dan helemaal zoek.
Normaal gesproken sta je ’s ochtends op en loop je de badkamer in. Later schuif je misschien de gordijnen open. Dekbed terugslaan, kussen opschudden, fluitje van een cent.
Zo gaat dat hier niet.

Eerst bij ramen en deuren verduisteringsdoeken verwijderen. Op slaapbank staan, ver reiken, bijna vallen. Opvouwen en opbergen op het vlierinkje (vliering mag het echt niet heten). Voorheen werd het onderlaken afgehaald, het bed getransformeerd tot bank, de hoes omgeklapt en dichtgeritst. Sinds het dekmatras er is, zijn er minder handelingen nodig. Een mooi voorbeeld van tijdwinst door ruimtegebrek (dekmatras viel nergens op te bergen).
Het laken mag blijven, bed wordt bank en klaar.

Nee, nu maak ik het te simpel.
Eerst dikke dekbed in ruimte boven garderobe proppen, hoofdkussens op vlierinkje, daarna pas opklappen slaapbank. Serie sierkussens erop, hard nodig om de rug normaal te houden. Ziezo.

Ziezo? Dat dacht je!
In de ochtend moeten veel mensen naar de wc. Nee, nu niet de La Campa Potti, opschieten, snel snel. Rennen door de tuin, fiets van het slot halen, vuilniszak die tezamen met knijpers als regenzeil dient van zadel/fietstas verwijderen en zo snel als je kan naar de wc in het verenigingsgebouw fietsen. Fiets neerpleuren, bril op, code intikken, net op tijd.

Wacht eens, nu ga ik al te gedetailleerd op de zaken in. Dit was niet de bedoeling. Laat ik bij de tijd blijven: (warm) water uit de kraan, de wc en douche vlakbij, even een was in de machine doen, ik stond er alleen bij stil als we gingen kamperen.
Op die campings waren douches en wasmachines. Voor die luxe voorzieningen moeten we nu uitwijken naar Wilke’s school. En die ligt nu net weer niet naast het tuinencomplex. Het zal niemand verbazen dat we onze auto niet voor het tuinhuis kunnen parkeren. Dat geeft allemaal niks, bewegen is goed.
Maar ik wil maar zeggen: alles kost je veel meer tijd. De kunst die ik dagelijks tracht onder de knie te krijgen is genoegen nemen met de tijd dat iets kost. Dat geldt voor zowel de duur van het verblijf als voor de dagelijkse bezigheden.
De valkuil ‘het is maar tijdelijk’ probeer ik te vermijden want dat is straks en nu is nu.

Dat was nu en straks was toen

(Over)leven in het tuinhuis 2

Chaos

Als je aan zo’n onderneming begint, moet je het goed organiseren, anders word je gek, ga je scheiden of leg je zelfs het loodje. Het is ook heel goed mogelijk dat het je allemaal overkomt, in deze volgorde.
Ik chargeer, maar laat me. We zijn ook geen twintig meer, evenmin dertig, veertig en zelfs geen vijftig. Het ergste wat mensen je aan kunnen doen is in zo’n opbouwfase zeggen: meid, voordat je het weet is het zover. Of: je moet er de lol van inzien. Daar kan allemaal wat in zitten maar ik maak zelf wel uit wanneer ik ergens de lol van inzie. Dat opbeuren maakt me treurig. Mensch, erken het leed van Uwe medemensch en U zal wonderlijke mentale genezingen verrichten!

Laat ik eerst vertellen dat ik het niet zo heb op verkleiningswoordjes, behalve als het gegrond is ze te gebruiken. En dat is het in deze situatie.
De eerste weken werden gekenmerkt door chaos. Voor sommige mensen maakt dat niets uit maar ik word er bloednerveus van. Er moet op zijn minst enige orde in de chaos geschapen worden zodat het georganiseerde chaos wordt.
Al in het prille voorstadium had ik op dramatische wijze geuit dat ik zonder schuurtje liever op straat ging leven. Zoals ik al eerder schreef bestelden we zo’n berghok, een fijn rechthoekig modelletje met schuifdeuren, van gegalvaniseerd metaal.
Maar hij kwam maar niet! Het duurde en duurde. En het regende en regende. De spullen die voor de schuur bestemd waren, lagen in het druivenprieeltje, waarvan het dak lekte. Vanaf mijn plek dicht naast het Zibro Kamin-kacheltje sloeg ik door het raampje de schimmelvorming gade. Daar lag ook de schuur bij, want toen ‘ie er eenmaal was (een pakketje van niets) moest het goed weer zijn om hem op te zetten en dat werd het maar niet. Daarom begon Wilke in zijn schaarse vrije tijd maar aan de garderobe.

De meeste kleding wacht op ons in de opslagruimte van het verhuisbedrijf. Wat we denken nog nodig te hebben maar niet meer kwijt konden, ligt ongunstig opgevouwen in Wilke’s kantoorkast. Niet ieder kledingstuk verdraagt een la, soms moet het hangen, zelfs in een tuinhuis.

Van geluk zwijgen en door het beregende raam naar buiten staren..

Mijn idee was briljant, als zeg ik het zelf: een scheidingswand met aan de ene kant een stang voor de kleding en een plank erboven waar overdag ons grote tweepersoonsdekbed in past, eronder een mand voor de schoenen en aan de andere kant, waar de accu en de omvormer staat en niet te vergeten: de La Campa Potti, waar ik misschien een apart hoofdstuk aan zal wijden. Je hoeft geen vrouwtje Piggelmee te zijn om ook nog in je huisje een koelkastje te willen. Gelukkig vond Piggelmee zelf dat ook. Dat lauwe bier (biertje!) was hij zat. En eten kopen voor een halve dag ook.
Zowel de schuur als de koelkast (klein model, op gas) waren langdurige bevallingen. De eerste koelkast was defect, bleek toen hij op z’n plek stond. Net als John Cleese wilde ik het apparaat gaan slaan. Ik zei het al: je wordt er gek van. Voordat de niet-defecte koelkast er was, ging er weer twee weken overheen. We zwegen langdurig van geluk toen hij was aangesloten en weigerde te haperen.

(Over)leven in het tuinhuis 1

Tuinhuis wordt woonhuis

Om het tuinhuis comfortabeler te maken, bevestigde Wilke aan de binnenzijde van het dak dikke dekens van vlas. Dit timmerde hij af met gipsplaat. Over de krakkemikkige vurenhouten kromgetrokken vloer kwam een zilverkleurige isolatiedeken met daarop – Wilke’s idee – een laminaatvloer, stijl ‘vintage’. Als je mij dit een jaar geleden had voorgesteld was ik in lachen uitgebarsten: een laminaatvloer in het tuinhuis, hahaha, hoe kom je erop!

“Lukt het een beetje, mannen?”

Maar het rustieke tuinhuisje van voorheen was ik toch al vermoeid achter mij aan het laten. Ik moest praktisch denken. De houten latten die nu al weken onder de slaapbank liggen en die het unieke karakter van het plafond weer enigszins terug moeten brengen, worden volgens mij binnenkort voor het tuinhek gebruikt. Dat ligt uit elkaar door de aanhoudende regenval. Maar dat is een ander verhaal.

De vloer is nog niet afgewerkt. Ik denk dat dit er nog wel eens van komt. In welk jaar, dat weet ik niet. Er is nog veel te doen in ons leven.

Enfin, terug naar de maand maart: doorgewerkt moest er worden. Daarom hielp Maurice (zoon) bij deze klussen. Ook werd er na veel heen en weer gekrakeel over afmetingen en spullen een schuurtje besteld. Van metaal, want niet duur en geen onderhoudswerkzaamheden. Aan deze schuurbevalling kan ik een apart hoofdstuk wijden. Heb geduld.

Na het dak en de vloer waren de meubelen aan de beurt. Ook hier moest ik met lede ogen aanzien dat thans efficiëntie voor het brocante-sfeertje gaat.
Je hebt van die mensen die altijd de leukste dingen van Marktplaats weghalen en uit kringloopwinkels en zelfs van de straat. Het past precies, het is de juiste oude afgebladderde tafel of het ideale theeserviesje.
Dat talent hebben wij niet en bovendien: de tijd drong. Ikea is dan het toverwoord. Met de meetlat in de hand snel een keuze maken via de website en je slechts door de winkel heen worstelen. Vervolgens urenlang klooien om van de aparte onderdelen een kast tevoorschijn te toveren. Als je dit al tientallen jaren meemaakt zou je zeggen dat je daar nooit meer iets koopt. Maar wij verdringen deze stressvolle ervaringen met het grootste gemak.
‘Er klopt helemaal niets van’ en ‘deze schroef hoort hier niet bij, ze hebben een fout gemaakt’ zijn de standaard wanhoopskreten die Wilke uitstoot. De ladenkast – 4 kleine en vier grote laden – kostte ons bijna onze 35-jarige verbintenis. Dan hadden we naar het nieuwe appartement ook wel kunnen fluiten. Maar toen Wilke de mevrouw van de helpdesk bijna uitgescholden had, liep het ineens op rolletjes.

Delen van de kast op de net in elkaar geplaatste bedbank

Ziezo, de basis was er. We konden op een bank zitten en liggen, er viel het een en ander op te bergen en de regen klonk niet meer zo idioot hard op het dak. Daarom konden we ook slapen. Godzijdank, want na een wekenlange verstoorde nachtrust wat dat broodnodig.

Ikea & stress, het hoort nu eenmaal bij elkaar

(Over)leven in het tuinhuis (inleiding)

Het is mogelijk. Dat je op een dag woont in je tuinhuis van drie bij vier meter. Man, vrouw en grote hond. Enkelwandig, zonder stromend water en wc. Geen douche en wasmachine in de buurt. En niet voor een paar weekjes, nee, voor bijna vier maanden.
Oké, het is zomer. En toen we hier introkken was het lente. Wat je lente noemt. Het was ijskoud en het regende. Het regent trouwens veel deze zomer.

Daar zit je dan…..

Hoe is het zo gekomen?

Als je je huis eindelijk verkoopt en die koper wil daar binnen zes weken zijn intrek nemen. Dan rest je niets anders dan naar een huurhuis uit te zien. Makkelijk, zal je denken. Maar dat is het niet. Het moest gemeubileerd zijn, zoals dat dan heet. Want onze huisraad ging naar een opslagruimte van het verhuisbedrijf.
In de vrije sector wordt voor een tijdelijke huurwoning grof geld gevraagd. Niet op te brengen, althans niet voor ons.
Gelukkig vonden we iets goedkopers, niet ver van de plek waar we straks – rond eind oktober – gaan wonen. Na de chaos en de hectiek van een verhuizing nestelden wij ons daar half maart. Het bed verhuisde mee. En zo nog wat spullen. Want zeven maanden, dat leef je niet vanuit een koffer.
Op 22 april gingen we daar weer weg. Over het hoe en waarom laat ik hier in het midden. Maar geloof me, het was niet de bedoeling. Er was heel veel niet de bedoeling. Dan maar op onze volkstuin een tijdelijk thuis creëren. Een noodoplossing want een andere mogelijkheid was er niet.

Op ons volkstuinencomplex mogen we tussen zonsondergang en zonsopgang niet zijn. Maar dat kan natuurlijk niet. Want we wonen hier en waar je woont, daar slaap je. We staan netjes ingeschreven op het adres van mijn zoon, dat is allemaal heel legaal. Gewoon niet expliciet noemen, dat wonen. Dan is er geen haan die er naar kraait. Althans, tot op heden niet. En de mede-volkstuinders die het weten en met ons meeleven, zijn discreet genoeg.

Over het algemeen hebben de mensen om ons heen een romantisch beeld van het leven dat wij nu leiden. Tussen al het groen te wonen, de vogels van alle kanten te horen en des nachts rust te hebben is een groot goed. Dat alles meer moeite en tijd kost, is de andere kant van het verhaal. En na twee verhuizingen is je energie wel geslonken.
Het beste dat je dus kan doen is er over schrijven. Daar kom ik nu pas aan toe. Want er is een opbouwfase, als je zo gaat wonen. Alles moet goed georganiseerd zijn, anders houd je het niet vol. We hebben het nu, na ruim twee maanden, aardig voor elkaar. Maar niet alles is zo in orde dat we zonder geklooi de dag doorkomen. Voor Wilke komt de vakantie eraan. Dat wordt nog even doorwerken samen.

Ik doe verslag per onderwerp. Dat lijkt me wel een aardige constructie. We zullen zien.

29 juni 2016

In april zag het er nog niet zo weelderig uit!