Sterren kijken
Een slaapkamer met sterrenkijker in het eeuwenoude, goed bewaarde kasteel De Wartburg in Eisenach/Duitsland

Als ik niet kan slapen, ga ik nog wel eens mijn bed uit en als ik dan geluk heb, is er een heldere sterrenhemel te zien. In de duisternis doe ik niets liever dan naar de sterren kijken.
Sinds we op het platteland wonen zijn de oplichtende puntjes ook veel beter te zien dan toen we nog in de stad woonden. Natuurlijk niet zo goed als in gebieden die niet zijn aangetast door lichtvervuiling maar toch, ik ben er tevreden mee. Ik houd ook veel van de maan, maar ik beperk mij in mijn mijmering nu even tot die zee van lichtjes, fonkelend aan die eindeloze hemel.

Ik heb geen verstand van sterrenbeelden die zich aftekenen aan de hemel. Er zijn mensen die ze zo kunnen aanwijzen: Grote Beer in de vorm van een steelpan, Kleine Beer, Draak, Leeuw. Die kennis heb ik niet en misschien vind ik dat zelfs wel fijn. Zo word ik niet afgeleid, behalve dan door Venus.
Mijn oog valt meestal direct op deze ‘godin van de liefde’-planeet. Dat is niet gek, want ze kan schitteren dat het een lieve lust is. Haar naam kreeg ze van de oude Romeinen. Mooi gekozen want Venus breekt overal doorheen, net als de liefde. Zelfs in de stad zag ik haar heldere uitstraling. Je moet, denk ik dan, wel een sterke planeet zijn om dit voor elkaar te krijgen.

Kalm word ik van de sterrenhemel. Ook al gaat er bijna iedere minuut wel een vliegtuig over die de stilte verstoort.

Venus is zowel stil als levendig. Het is de planeet van het vrouwelijke – van de esthetiek, van de kunsten. Als het gaat om zaken waarin schoonheid in het spel is, dan is Venus daarbij betrokken. Net als Jupiter. Dat zijn de vriendelijke planeten, die ons het meest tegemoetkomen. Ze zijn ons goedgezind en schetsen ons een rooskleurig beeld. Maar dan zijn we ongemerkt van de sterrenhemel terecht gekomen in de horoscoop, waarin het over het algemeen een goed teken is als Venus (of Jupiter) bij een samenstand betrokken is.

Na een tijdje kijken word ik slaperig en kan ik mijn bed weer in. Ook dát doet de sterrenhemel met je. Of vóór je?