(Over)leven in het tuinhuis 2

(Over)leven in het tuinhuis 2

Chaos

Als je aan zo’n onderneming begint, moet je het goed organiseren, anders word je gek, ga je scheiden of leg je zelfs het loodje. Het is ook heel goed mogelijk dat het je allemaal overkomt, in deze volgorde.
Ik chargeer, maar laat me. We zijn ook geen twintig meer, evenmin dertig, veertig en zelfs geen vijftig. Het ergste wat mensen je aan kunnen doen is in zo’n opbouwfase zeggen: meid, voordat je het weet is het zover. Of: je moet er de lol van inzien. Daar kan allemaal wat in zitten maar ik maak zelf wel uit wanneer ik ergens de lol van inzie. Dat opbeuren maakt me treurig. Mensch, erken het leed van Uwe medemensch en U zal wonderlijke mentale genezingen verrichten!

Laat ik eerst vertellen dat ik het niet zo heb op verkleiningswoordjes, behalve als het gegrond is ze te gebruiken. En dat is het in deze situatie.
De eerste weken werden gekenmerkt door chaos. Voor sommige mensen maakt dat niets uit maar ik word er bloednerveus van. Er moet op zijn minst enige orde in de chaos geschapen worden zodat het georganiseerde chaos wordt.
Al in het prille voorstadium had ik op dramatische wijze geuit dat ik zonder schuurtje liever op straat ging leven. Zoals ik al eerder schreef bestelden we zo’n berghok, een fijn rechthoekig modelletje met schuifdeuren, van gegalvaniseerd metaal.
Maar hij kwam maar niet! Het duurde en duurde. En het regende en regende. De spullen die voor de schuur bestemd waren, lagen in het druivenprieeltje, waarvan het dak lekte. Vanaf mijn plek dicht naast het Zibro Kamin-kacheltje sloeg ik door het raampje de schimmelvorming gade. Daar lag ook de schuur bij, want toen ‘ie er eenmaal was (een pakketje van niets) moest het goed weer zijn om hem op te zetten en dat werd het maar niet. Daarom begon Wilke in zijn schaarse vrije tijd maar aan de garderobe.

De meeste kleding wacht op ons in de opslagruimte van het verhuisbedrijf. Wat we denken nog nodig te hebben maar niet meer kwijt konden, ligt ongunstig opgevouwen in Wilke’s kantoorkast. Niet ieder kledingstuk verdraagt een la, soms moet het hangen, zelfs in een tuinhuis.

Van geluk zwijgen en door het beregende raam naar buiten staren..

Mijn idee was briljant, als zeg ik het zelf: een scheidingswand met aan de ene kant een stang voor de kleding en een plank erboven waar overdag ons grote tweepersoonsdekbed in past, eronder een mand voor de schoenen en aan de andere kant, waar de accu en de omvormer staat en niet te vergeten: de La Campa Potti, waar ik misschien een apart hoofdstuk aan zal wijden. Je hoeft geen vrouwtje Piggelmee te zijn om ook nog in je huisje een koelkastje te willen. Gelukkig vond Piggelmee zelf dat ook. Dat lauwe bier (biertje!) was hij zat. En eten kopen voor een halve dag ook.
Zowel de schuur als de koelkast (klein model, op gas) waren langdurige bevallingen. De eerste koelkast was defect, bleek toen hij op z’n plek stond. Net als John Cleese wilde ik het apparaat gaan slaan. Ik zei het al: je wordt er gek van. Voordat de niet-defecte koelkast er was, ging er weer twee weken overheen. We zwegen langdurig van geluk toen hij was aangesloten en weigerde te haperen.