(Over)leven in het tuinhuis 6

De schoolwasserette

Wat droogt dat langzaam…

Op de klanken van ‘Heroes’ van David Bowie scheuren wij naar wat ik ‘de schoolwasserette’ noem.
‘Is wel toepasselijk, eigenlijk,’ zegt W.
‘Ja W.’, zeg ik terwijl ik hem een liefdesklap op zijn dij geef, ‘helden, dat zijn we. Maar niet voor 1 dag.’

Het is een van onze zwaarste taken sinds de tuinhuisbewoning: De Was Doen (DWD). Thuis vond ik het altijd wel een aardige taak, die ik geheel en al op mij nam. Nu is het vooral een bezoeking.
Als we er weer uren op school op hebben zitten en ik me voor de laatste keer die dag met pijnlijke knieën de schooltrappen ophijs, roep ik steevast uit: ‘We dragen gewoon de hele week hetzelfde hoor! Ik heb er geen zin meer in zo.’
Maar daar ben ik natuurlijk te proper voor. Mijn grenzen heb ik absoluut verlegd, mijn ijdelheid voor een groot deel afgelegd. Maar schoon goed geeft me te veel plezier om die lol overboord te gooien.

Met dat bloedhete weer waarop de hele dag het zweet van je afdruipt, zou een nudisten-tuinencomplex beter van pas komen. Al houd ik niet van naaktlopen, maar dit terzijde. Overigens vindt Ruby het helemaal niet erg, al die uren in de school. Ze heeft een dolfijn gepikt uit een mand bij de kleuters die onder de naam ‘Vis’ voor heel veel lol zorgt.

Goed, het wasgoed.
Wilke prijst mijn organisatietalent. Maar dit was zijn idee: vooraf voorsorteren.
Ik kocht drie stevige wastassen in grijs, zwart en wit; 60 graden, 30 graden lichte kleding, 30 graden donkere kleding. Aan nuances binnen dit schema doe ik nu niet. Ik noem die wastassen stevig omdat ze blijven staan. De vorige waszak, van het type dat naarmate hij vol raakt steeds gekkere vormen aan gaat nemen, dat moet je niet hebben in een klein tuinhuis. Ook niet in een normaal huis trouwens.
Nee, dan deze! Die kan je ook nog met een koordje discreet aansnoeren zodat je je vuile was niet buiten hoeft te hangen.

Zie nu niet voor je dat het kalmpjes gaat: waszakken oppakken en hup de auto in. Wij lopen als bedrijvige mieren in en om het tuinhuis om van alles in orde te maken, Ruby daar hijgend achteraan. En dan: o ja, ook die was nog, het moet nu echt.
Vooruit, op weg! Alsof we zes weken op vakantie gaan: laptoptas, voedsel, drank, Ruby en haar eten, de tassen met de vuile was. Het lange tuinpad over, naar de parkeerplaats. Twintig minuten rijden, daar zijn we dan. Ik loop rechtstreeks naar het washok om als de sodemieter de 60-gradenwas in de machine te stoppen. Die doet er wel een tijdje over. Daarna in de droger, dan zijn we al een paar uur verder. Als je je kleren nog een beetje leuk wil houden, moet je ze niet kurkdroog laten maken door de machine. Nee, die hang je daarna over alles wat er te vinden is in de school, zodat ze kunnen uitwasemen. Dit kan heel lang duren en meestal gaat driekwart vochtig mee omdat de nacht zowat intreedt. Dat moet dan ook weer opgehangen worden in het tuinhuis.

Terwijl de wasserette op volle toeren draait, zijn we ook met van alles in de weer. Je moet toch douche, eten, opruimen, of een column schrijven, zoals ik nu doe. Soms ga ik strijken. De ontdekking dat als je iets aantrekt het een uur later door je lichaamswarmte is gladgestreken, is best een spectaculaire. Ook bestaat er het gladstrijken met de handen. Dit kunnen alleen vrouwen.

Op weg naar huis kijken we elkaar aan: vermoeid, maar dankbaar dat de klus weer is geklaard voor een weekje. W. zet de radio aan. Lou Reed!
‘Oh, it’s such a perfect day. I’m glad I spent it with you.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *